Algemene nabestaandenwet

De Algemene nabestaandenwet (Anw) regelt de nabestaandenuitkering en de halfwezen- of wezenuitkering.

De Anw biedt een inkomensverzekering bij het overlijden van uw echtgeno(o)t(e) of de persoon waarmee u samenwoonde. Daarnaast biedt de Anw een wezenuitkering voor minderjarigen van wie beide ouders overleden zijn of een halfwezenuitkering voor minderjarigen van wie één van de ouders overleden is. De Anw is een inkomensvoorziening op minimumniveau en wordt afgeleid van het netto minimumloon. Om Anw te kunnen krijgen, moet de overledene verzekerd zijn geweest voor de Anw. Dit betekent dat de overledene in Nederland moet hebben gewoond of gewerkt.

Nabestaandenuitkering

U heeft recht op een nabestaandenuitkering als uw partner is overleden en u aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

  • U heeft een kind onder 18 jaar dat bij u woont.
  • U bent zwanger.
  • U bent tenminste 45% arbeidsongeschikt voor 3 maanden of langer.
  • U bent geboren vóór 1 januari 1950.

Hoogte

De nabestaandenuitkering is maximaal 70% van het minimumloon en is afhankelijk van uw inkomen. Een WIA- WAO- of WW-uitkering wordt geheel afgetrokken van de nabestaandenuitkering. Er geldt een vrijstelling voor inkomen uit arbeid, vervroegd pensioen en bovenwettelijke aanvullingen van de (ex)werkgever. Ook als uw ex-partner, waarvan u alimentatie ontving, overleden is heeft u mogelijk recht op een Anw-uitkering.

Duur

De nabestaandenuitkering eindigt altijd als u 65 jaar wordt, hertrouwt of gaat samenwonen. De nabestaandenuitkeringeindigt in de meeste gevallen ook als uw jongste kind 18 jaar wordt of tot het huishouden van een ander gaat behoren en als u niet meer arbeidsongeschikt bent.

Wie voor 1 juli 1996 recht had op een AWW-pensioen (voorganger van de Anw), valt sinds die datum onder de Anw. Ook voor deze nabestaanden geldt een inkomenstoets en eindigt de uitkering als u gaat samenwonen of trouwen. Wel gelden er overgangsmaatregelen.

Aanvraag

U vraagt een nabestaandenuitkering aan bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in de regio waar u woont. U kunt de aanvraag ook via Internet doen.

(Half)Wezenuitkering

Zijn beide ouders overleden, dan krijgt een wees onder de 16 een wezenuitkering. Is de wees 16 jaar of ouder dan is er recht op wezenuitkering als de wees:

  • studeert (tot 21);
  • het huishouden verzorgt (tot 21);
  • arbeidsongeschikt is (tot 18).

Een halfwees is een kind dat één van beide ouders heeft verloren. U krijgt een halfwezenuitkering als:

  • U de ouder bent van een halfwees.
  • U een halfwees in uw huishouden onderhoudt.

Hoogte

De hoogte van de wezenuitkering verschilt per leeftijd en is niet afhankelijk van het overige inkomen. De halfwezenuitkering bedraagt 20% van het netto minimumloon en is niet afhankelijk van uw inkomen als ouder of verzorgende.

Duur

De halfwezenuitkering stopt als:

  • Het jongste kind 18 jaar wordt of tot het huishouden van een ander gaat behoren.
  • De ouder of verzorger een één-ouderpensioen gaat ontvangen op grond van de AOW.
  • Een nieuwe partner van de nabestaande het kind adopteert.

Aanvraag

U vraagt een (half)wezenuitkering aan bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in de regio waar u woont. U kunt de aanvraag ook via Internet doen.



Bel: 035 672 2 672

Gratis juridisch advies
ma-vr 10.00 - 12.00
Meer informatie

Klacht melden

Deel uw ervaring via het Klachtenportaal

E-nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-nieuwsbrief

Zoeken

Donateur worden

Steun De Ombudsman.
Wij steunen u.
Word donateur!

Zorgverzekering

Premie achterstand?
Op zoek naar advies?
Zorgverzekeringslijn.nl




Contact
De Ombudsman
Postbus 1700
1200 BS Hilversum