Arbeidsongeschiktheid

Als u arbeidsongeschikt (geworden) bent kunt u, afhankelijk van uw situatie op dat moment, op grond van de Wet WIA, de Wet Wajong of een particuliere verzekering een uitkering krijgen.

U bent arbeidsongeschikt wanneer u door uw ziekte of handicap niet of nog slechts gedeeltelijk kunt werken. Afhankelijk van het moment waarop en de mate waarin u arbeidsongeschikt geworden bent, zijn er regelingen waarop u aanspraak kunt maken voor een uitkering.

  • Voor werknemers die ziek worden is de werkgever verplicht twee jaar lang tenminste 70% van het loon door te betalen. Wanneer het dienstverband binnen die tijd eindigt, bijvoorbeeld omdat een tijdelijk contact afloopt, bestaat er recht op een ziektewetuitkering. Deze wordt verstrekt door het UWV. Lees meer over: ziekte en re-integratie. Na twee jaar ziekte hebben werknemers mogelijk recht op een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA), de opvolger van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
  • Voor mensen onder de achttien en voor mensen onder de dertig die een studie volgen is er sinds januari 2010 de Wet Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), de opvolger van Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).
  • Voor zelfstandigen zijn er arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die vrijwillig kunnen worden afgesloten bij het UWV of bij particuliere verzekeraars.

Beoordeling door het Uwv

De uitvoering van deze arbeidsongeschiktheidsregelingen is in handen van het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen). Het UWV beoordeelt of u arbeidsongeschikt bent en recht hebt op een uitkering (behalve wanneer u als zelfstandige een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten bij een verzekeraar). In de regel krijgt u eerst een gesprek met een verzekeringsarts en daarna met een arbeidsdeskundige; allebei werken ze bij of voor het UWV.

1. Keuring door de verzekeringsarts

De verzekeringsarts kijkt naar uw gezondheidsklachten en stelt vast of u nog kunt werken, hoeveel u kunt werken en welke beperkingen u daarbij heeft. Het is belangrijk dat u alles wat van belang is vertelt aan de verzekeringsarts. Doe u niet beter voor dan u bent, maar overdrijf ook niet. Geef duidelijk aan welke klachten u heeft en waar u tegen aanloopt.

Na het gesprek kan de arts u nog lichamelijk onderzoeken en eventueel besluiten om informatie in te winnen bij uw behandelaars. U kunt daar zelf ook om vragen. Nadat de arts alle informatie heeft verzameld zal hij beoordelen of u nog kunt werken en zal hij vastleggen welke beperkingen u heeft. De arts vult daarom de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in. Allerlei aspecten met betrekking tot sociaal functioneren, fysieke belasting en psychische belasting komen hier bij aan de orde. Kunt u samenwerken met collega's of niet, kunt u een uur achtereen staan of is dat wel twee uur? Kunt u 5 kg tillen of 10 kg? Enz. enz.

De verzekeringsarts kan ook beslissen dat u volledig arbeidsongeschikt bent. Dit komt echter niet vaak voor. Kunt u naar het oordeel van de arts nog werken, dan volgt een bezoek aan de arbeidsdeskundige

2. Gesprek met de arbeidsdeskundige

De arbeidsdeskundige stelt ten minste 3 mogelijke beroepen vast die u nog kunt uitvoeren met uw ziekte of handicap. Aan de hand van uw oude loon en het loon in die 3 beroepen wordt beoordeeld of u recht heeft op een uitkering.

Maatmanloon
Eerst wordt vastgesteld wat u per uur had kunnen verdienen als u niet arbeidsongeschikt was geworden, dit heet het maatmanloon. In de praktijk gaat het om het inkomen dat u verdiende vlak voordat u ziek werd.

Restverdiencapaciteit
Vervolgens wordt bekeken wat u nog kunt verdienen, ondanks uw ziekte of handicap. Dat is de restverdiencapaciteit. Het maakt niet uit of u het werk ook in werkelijkheid kunt krijgen. Het zijn bestaande functies, maar geen vacatures.

Arbeidsongeschiktheidspercentage

Met deze twee gegevens wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage berekend. Dit gaat als volgt:
(( Maatman - restverdiencapaciteit ) : maatman) x 100% = arbeidsongeschiktheidspercentage

Voorbeeld 1
Peter Aartsen is timmerman en verdiende daarmee € 18 per uur (maatman). Door rugklachten kan hij zijn werk niet meer doen. Volgens de arbeidsdeskundige van het UWV kan hij nog wel ander werk doen als telefonist, administratief medewerker of als inpakker. Het is allemaal werk waarbij zijn rug minder wordt belast. Met het werk als administratief medewerker kan hij nog €12 per uur verdienen (restverdiencapaciteit). De berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage:
Stap 1: 18 - 12 = 6
Stap 2: 6 : 18 = 0,33
Stap 3: 0,33 x 100% = 33%
Conclusie: Peter is 33% arbeidsongeschikt.

Voorbeeld 2
De chef van Peter Aartsen heeft precies dezelfde rugklachten als Peter en kan ook zijn werk niet meer doen. Als chef verdiende hij meer dan Peter; hij verdiende € 24 per uur (maatman). Net als Peter kan hij nog € 12 per uur verdienen. De berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage:
Stap 1: 24 - 12 = 12
Stap 2: 12 : 24 = 0,50
Stap 3: 0,50 x 100% = 50%
Conclusie: De chef van Peter is 50% arbeidsongeschikt.

Uit deze voorbeelden blijkt dat het vroegere inkomen heel belangrijk is bij de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid, meer nog dan de medische beperkingen.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)

De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) regelt een uitkering bij arbeidsongeschiktheid voor mensen in loondienst. De Wet WIA vervangt sinds 1 januari 2004 de WAO.

Recht op een WIA-uitkering

De WIA geldt voor mensen die na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Voor een WIA-uitkering gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • U bent verzekerd voor de WIA, bijvoorbeeld omdat u in loondienst werkt of een Ziektewetuitkering ontvangt.
  • U bent twee jaar onafgebroken ziek geweest (de wachttijd). Als eerder duidelijk is dat u volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent, is de wachttijd korter (13-78 weken). Een verkorte wachttijd moet u aanvragen.
  • Minstens 35% arbeidsongeschikt als gevolg van een ziekte of handicap. Mensen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, worden geacht in dienst te blijven bij de werkgever.

De laatste voorwaarde is in de praktijk doorslaggevend. Wanneer we terugkeren naar het voorbeeld van Peter en zijn chef dan zien we dat Peter geen recht op een WIA-uitkering heeft omdat hij 33% arbeidsongeschikt is en zijn chef wel, want die is 50% arbeidsongeschikt.

Aanvraag

U kunt een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV nadat u 20 maanden ziek bent geweest. Het UWV stuurt u hierover een bericht. Met het aanvraagformulier moet u uw reïntegratieverslag meesturen. In het reïntegratieverslag doen werkgever en werknemer verslag over hun activiteiten in de eerste twee ziektejaren. Het UWV gaat na of de werknemer en werkgever voldoende moeite hebben gedaan om weer aan het werk te komen in het eigen werk of in aangepast werk.

De 2 WIA-varianten: IVA en WGA

Binnen de WIA zijn er verschillende soorten uitkeringen. Het soort uitkering is van invloed op de hoogte van de uitkering.

  • de Inkomensregeling Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA)
  • de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

Inkomensregeling Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA)

De IVA-uitkering bedraagt 75% van uw laatstverdiende loon. Er zijn twee belangrijke voorwaarden voor het ontvangen van een IVA-uitkering:

A. U moet volledig arbeidsongeschikt zijn. Volledige arbeidsongeschiktheid kan op twee manieren worden vastgesteld.

1. De wet beschrijft een aantal situaties waarin u volledig arbeidsongeschikt wordt geacht. U krijgt dan alleen te maken met de verzekeringsarts.

  • U bent opgenomen in een ziekenhuis of verpleeginrichting (die uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt betaald).
  • U bent bedlegerig.
  • U kunt uzelf niet verzorgen, doordat u een lichamelijk handicap of ziekte hebt.
  • U kunt uzelf niet verzorgen en minimaal geen sociale contacten onderhouden, doordat u een ernstige psychische stoornis heeft

2. Het kan ook zijn dat de arts van mening is dat u mogelijk nog zou kunnen werken en hij dit laat beoordelen door de arbeidsdeskundige. Wanneer deze tot de conclusie komt dat u niet meer dan 20% van uw vroegere inkomen kan verdienen, bent u ook volledig arbeidsongeschikt.

B. U moet ook duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn. Dat betekent dat uw medische situatie stabiel is of zelfs zal verslechteren. Een ziekte kan ook weer overgaan of minder ernstig worden. Sommige ziekten zijn chronisch en gaan niet meer voorbij of worden ernstiger. U bent in de volgende situaties duurzaam en volledig arbeidsongeschikt:

  • Als er geen kans is op herstel.
  • Als uw medische situatie zal verslechteren.
  • Als er na de wachttijd een kleine kans is op herstel.

Dit laatste (een kleine kans op herstel) wordt regelmatig beoordeeld. U wordt vijf jaar lang ieder jaar gekeurd. Na vijf jaar is meestal duidelijk of u inderdaad volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent. Als dit het geval is, dan blijft u de IVA-uitkering ontvangen.

Regeling Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten (WGA)
Wanneer u niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent, dan komt u in aanmerking voor de regeling Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten (WGA).

De WGA is er voor twee groepen:

  1. Mensen die volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn en dus in de toekomst wellicht kunnen herstellen (en weer werken).
  2. Mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.

Er zijn drie type uitkeringen:

  • De Loongerelateerde WGA-uitkering. Dit is een arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkering ineen. U komt in aanmerking voor deze uitkering wanneer u de laatste 36 weken voordat u ziek werd, minimaal 26 weken werkzaam bent geweest.  In dat geval heeft u in ieder geval recht op 3 maanden loongerelateerde uitkering. Hoe langer uw arbeidsverleden, hoe langer u recht heeft op deze uitkering. In principe krijgt u voor elk jaar arbeidsverleden een maand uitkering. De maximale uitkeringsduur is 38 maanden. De hoogte van deze uitkering is, zoals de naam al aangeeft, gerelateerd aan uw laatstverdiende loon. De loongerelateerde uitkering is de eerste 2 maanden 75% van uw loon en vanaf de 3e maand 70% van uw loon (met een maximum). Doet u betaald werk naast de uitkering dan mag u van iedere euro die u verdient 30 eurocent houden. Met deze regeling wordt werken gestimuleerd.
  • De Vervolguitkering WGA. Komt u niet (meer) in aanmerking voor een loongerelateerde WGA-uitkering, dan heeft u recht op een vervolguitkering zolang u arbeidsongeschikt bent. De hoogte van de uitkering is een percentage van het minimumloon, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Als u hierdoor onder het sociale minimum komt, dan kunt u een toeslag aanvragen. Dit is geregeld in de Toeslagenwet.
  • De Loonaanvullingsuitkering. Om het werken zoveel mogelijk te stimuleren is de loonaanvullingsuitkering bedacht. Wanneer u naast uw uitkering werkt en daarmee tenminste de helft verdient van wat de arbeidsdeskundige voor u heeft berekend, krijgt u loonaanvullingsuitkering. Deze uitkering is ook gebaseerd op uw oude salaris en dus veel gunstiger dan de vervolguitkering.

Mogelijke aanvullingen op de uitkering

Wanneer uw inkomen lager is dan het voor u geldende sociale minimum (beneden de bijstandsnorm), kunt u bij het UWV een toeslag op uw uitkering aanvragen. In dat geval wordt wel gekeken naar het inkomen van een partner.
U kunt ook een toeslag op de WIA-uitkering krijgen als u hulpbehoevend bent. Het UWV kent deze toeslag niet automatisch toe, u moet dit apart aanvragen. U komt voor deze toeslag in aanmerking als u blijvend hulpbehoevend bent en daardoor "geregeld oppassing en verzorging' nodig heeft.

Einde van de WIA

De WIA stopt o.a.

  • als u 65 jaar wordt, u krijgt vanaf dat moment immers een Aow-uitkering
  • nadat u minder dan 35% arbeidsongeschikt raakt
  • als u gedetineerd bent
  • als u niet in Nederland woont*

* U kunt wel een WIA-uitkering krijgen als u woont in de Nederlandse Antillen, Aruba of een land waar Nederland een verdrag mee heeft afgesloten. De lijst van verdragslanden is bekend bij het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid.

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

Iedereen die voor 2004 al een uitkering ontving op basis van de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO), blijft deze gewoon ontvangen. Wel zijn veel WAO-ers opnieuw gekeurd volgens strengere regels. Deze herbeoordelingsoperatie vond plaats tussen 2004 en 2008.

Recht op WAO

Voor een WAO-uitkering gelden de volgende voorwaarden:

  • U bent verzekerd voor de WAO
  • U bent minstens 15 % arbeidsongeschikt als gevolg van een ziekte of handicap
  • U bent langdurig arbeidsongeschikt

De hoogte van de WAO is maximaal 75% van het laatstverdiende loon. De WAO heeft zeven invaliditeitsklassen. Daarbij hoort een uitkering die een percentage is van wat u vroeger verdiende.

% van arbeidsongeschiktheid uitkeringspercentage
15 % tot 25 % 14 %
25 % tot 35 % 21 %
35 % tot 45 % 28 %
45 % tot 55 % 35 %
55 % tot 65 % 42 %
65 % tot 80 % 50,75 %
80 % tot 100 % 75 %

Afhankelijk van de leeftijd waarop u in de WAO bent gekomen, duurt deze uitkering maximaal 6 jaar. Daarna ontvangt u een vervolguitkering; deze is niet langer gebaseerd op het loon dat u vroeger verdiende, maar wordt gebaseerd op het minimumloon.

Einde van de WAO

De WAO stopt onder andere wanneer:

  • U 65 jaar wordt
  • U minder dan 15% arbeidsongeschikt bent

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong)

De 'nieuwe Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten' (Wet Wajong) is ingegaan op 1 januari 2010 en vervangt de 'oude Wajong'.

Recht op Wajong

Je kunt een beroep doen op de Wet Wajong wanneer je:

  • Arbeidsongeschikt bent op het moment dat je 17 jaar wordt.
  • Langer dan zes maanden studeert of stage loopt en arbeidsongeschikt raakt (je moet dan wel jonger zijn dan 30 jaar).

De overige voorwaarden zijn:

  • Je herstelt waarschijnlijk niet binnen 1 jaar volledig van je ziekte of handicap.
  • Je woont in Nederland.
  • Je kunt in een aanééngesloten jaar minder dan 75% van het minimum(jeugd)loon verdienen door je langdurige ziekte of handicap.

Aanvraag

Ben je op je 17de arbeidsongeschikt? Dan kun je vanaf je 18de verjaardag een Wajong-uitkering ontvangen. Je moet daarvoor 4 maanden vóór je 18de verjaardag een aanvraag indienen bij het UWV.
Ben je (voor je 30ste) tijdens je studie arbeidsongeschikt geraakt? Dan kun je vanaf 1 jaar na het begin van je ziekte een Wajong-uitkering ontvangen. Je moet daarvoor 6 maanden nadat je je ziekte of handicap kreeg een aanvraag indienen bij het UWV.

De beoordeling door het UWV (inclusief de beoordeling door de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige) duurt maximaal 14 weken. Het UWV kan de aanvraag toekennen of afwijzen. Als de Wajong-aanvraag wordt toegekend, kan het UWV de volgende beslissingen nemen:

  1. Je kunt met enige ondersteuning (gedeeltelijk) werken
  2. Je kunt met enige ondersteuning naar school of studeren
  3. Je kunt nu niet werken, maar in de toekomst mogelijk wel
  4. Je kunt nu niet werken en in de toekomst ook niet

Hulp en uitkering

Afhankelijk van deze beslissingen krijg je ondersteuning en een Wajong-uitkering. Een Wajong-uitkering bedraagt maximaal 75% van het minimum(jeugd)loon. Als je werkt, wordt je inkomen (gedeeltelijk) verrekend met je uitkering.

  1. Als je met ondersteuning gedeeltelijk kunt werken krijg je een arbeidsdeskundige van het UWV WERKbedrijf toegewezen. Deze gaat samen met jou een plan opstellen om te bepalen wat voor werk je zou kunnen doen en welke hulp je nodig hebt om werk te vinden en te houden. Daarnaast krijg je een Wajong-uitkering. Zolang je geen werk hebt krijg je een volledige Wajong-uitkering, maar als het UWV vindt dat je niet voldoende je best doet om werk te vinden, kan je uitkering worden verlaagd naar 55% van het minimum(jeugd)loon.
  2. Als je naar school gaat, studeert of van plan bent om dit te gaan doen krijg je een arbeidsdeskundige van het UWV WERKbedrijf toegewezen. Deze gaat samen met jou een plan opstellen over de opleiding die je volgt of gaat volgen en welke ondersteuning je bij je opleiding nodig hebt. Als je recht hebt op studiefinanciering of een tegemoetkoming scholieren, of als je ouders nog recht hebben op kinderbijslag, dan is je Wajong-uitkering 25% van het minimum(jeugd)loon. Zolang je dit niet krijgt, krijg je een volledige Wajong-uitkering. Na het afronden van de opleiding bekijk je samen met de arbeidsdeskundige wat je verder gaat doen.
  3. Als je nu niet kunt werken maar in de toekomst mogelijk wel met ondersteuning (gedeeltelijk) weer kunt werken, krijg je voorlopig een volledige Wajong-uitkering en wordt er ook alvast een arbeidsdeskundige van het UWV WERKbedrijf toegewezen. Deze gaat samen met jou een plan opstellen om te bepalen wat voor werk je zou kunnen doen en welke hulp je nodig hebt om werk te vinden en te houden.
  4. Als je nu niet kunt werken en in de toekomst ook niet, dan krijg je een volledige Wajong-uitkering toegewezen.

Einde Wajong

De Wajong-uitkering stopt o.a. wanneer:

  • je langer dan een jaar meer dan het minimum(jeugd)loon verdiend hebt en  geen hulp bij je werk meer nodig hebt
  • je 5 jaar hebt gewerkt en daarna meer dan 75% van het minimum(jeugd)loon verdient en geen hulp bij je werk meer nodig hebt
  • je 65 wordt (dan krijg je een Aow-uitkering)
  • je gedetineerd bent
  • je naar het buitenland verhuist
  • je de afspraken niet nakomt
  • na herkeuring blijkt dat je niet langer arbeidsongeschikt bent

De 'oude Wajong' (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jonggehandicapten)

De 'oude Wajong' blijft bestaan voor iedereen die voor januari 2010 al een Wajong-uitkering kreeg en voor iedereen die voor deze datum een Wajong-uitkering heeft aangevraagd en daar ook recht op heeft. Ook als u voor januari 2010 een Wajong-uitkering ontving, maar deze is tijdelijk stopgezet, kunt u als uw gezondheid verslechterd weer volgens de oude voorwaarden een Wajong-uitkering krijgen.

Op basis van de 'oude Wajong' krijg je een uitkering wanneer je:

  • Arbeidsongeschikt bent op het moment dat je 17 jaar wordt.
  • Langer dan zes maanden studeert of stage loopt en arbeidsongeschikt raakt (je moet dan wel jonger zijn dan 30 jaar).

Net als bij de Wet WIA beoordeelt het UWV of je arbeidsongeschikt bent door middel van een keuring. Je kunt van het UWV één van de volgende beslissingen krijgen:

  • Je bent volledig arbeidsongeschikt
  • Je bent gedeeltelijk arbeidsongeschikt
  • Je bent niet arbeidsongeschikt

De hoogte van de Wajong-uitkering hangt af van je leeftijd en van de mate waarin je arbeidsongeschikt bent. De uitkering is maximaal 70% van het minimum(jeugd)loon.

Klachten over het UWV

Als u niet goed bent behandeld door het UWV, de verzekeringsarts of de arbeidsdeskundige kunt u een klacht indienen.  Ter onndersteuning kunt u gebruikmaken van ons Stappenplan Klacht indienen bij het UWV 

Bezwaar en beroep tegen het UWV

Bent u het niet eens met een besluit van het UWV, dan kunt u een bezwaarprocedure starten. Als het UWV desondanks haar besluit niet wijzigt, kunt u in beroep gaan tegen het besluit bij de rechtbank, afdeling bestuursrecht. Stelt de rechter u ook in het ongelijk, dan kunt u in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. Dat is de hoogste rechter in het sociale zekerheidsrecht.

Gebruik ons: Stappenplan Bezwaar en beroep UWV



Zoeken