Wet maatschappelijke ondersteuning
Laatst bijgewerkt op: 07-5-2012De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt voorzieningen, hulp en ondersteuning aan mensen met een beperking of probleem om hen zodanig te compenseren, dat ze volwaardig kunnen meedoen aan het maatschappelijke leven.
De Wmo biedt hulp en ondersteuning zodat burgers een huishouden kunnen voeren, zich in en om de woning en in hun naaste omgeving kunnen verplaatsen en kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Heeft u moeite om het huishouden te doen, met bewegen in en om het huis met het deelnemen aan het plaatselijk vervoer of bij het ontmoeten van mensen? Dan komt u misschien in aanmerking voor een voorziening op basis van de Wmo.
Compensatieplicht van de gemeente
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en hebben op grond van deze wet een compensatieplicht. In de Wmo staan de algemene regels waar door gemeenten concreet invulling aan gegeven wordt via een eigen Wmo-verordening. Elke gemeente stelt hierdoor eigen beleid vast ten aanzien van het verstrekken van voorzieningen en kan eigen voorwaarden stellen. In de praktijk komt het erop neer dat de gemeente de goedkoopst mogelijke maar wel adequate voorzieningen biedt aan iemand die een beperking heeft. In de Wmo-verordening staat onder meer:
- Onder welke voorwaarden u recht hebt op een voorziening
- Welke voorzieningen de gemeente biedt
- De eigen bijdragen
- Hoe de gemeente beslist op uw aanvraag
Recht op voorziening
U vraagt de voorzieningen aan bij uw eigen gemeente. Veel gemeenten hebben voor de uitvoering van de Wmo een speciaal loket ingericht. U moet dan daar uw aanvraag indienen. De meeste gemeenten hanteren een aantal voorwaarden om voor een voorziening in aanmerking te komen:
- De voorziening moet langdurig noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld: U heeft een autoaanpassing nodig omdat u door een ongeval tijdelijk niet met uw been kunt remmen, dan krijgt u deze aanpassing niet vergoed via de Wmo.
- De voorziening mag niet algemeen gebruikelijk zijn. Algemeen gebruikelijk is bijvoorbeeld een eenhandelmengkraan, een fiets of een spartamet. Deze artikelen zijn gewoon in de winkel verkrijgbaar en worden ook gebruikt door mensen zonder beperkingen. Vervoersvoorzieningen kunnen - gelet op het inkomen - ook algemeen gebruikelijk zijn. Zo wordt het gewoon geacht dat mensen met een inkomen boven anderhalf maal de bijstandsnorm over een auto beschikken. En wat betreft woonvoorzieningen wordt in een serviceflat een elektrische deuropener niet verstrekt omdat zo'n voorziening daar algemeen gebruikelijk is. In een huurflat kan dit anders liggen.
Natura of PGB
De Wmo-voorzieningen kunnen in verschillende vormen worden verstrekt, namelijk:
- In natura
- Via een persoonsgebonden budget (PGB)
Degene die een individuele voorziening nodig heeft en hiervoor is geïndiceerd, is vrij te kiezen in welke vorm hij of zij de voorziening wenst. De keuzevrijheid kent wel grenzen. Er kunnen namelijk ernstige bezwaren zijn iemand geld te geven (persoonsgebonden budget) om zelf een voorziening aan te schaffen. Bijvoorbeeld in de situatie dat iemand financiële problemen heeft. De gemeente zal dan een voorziening in natura verstrekken.
Huishoudelijke hulp
Huishoudelijke hulp kan worden verleend in de volgende vormen:
- Huishoudelijke werkzaamheden (HH1): Boodschappen doen voor dagelijks leven, maaltijdverzorging, bereiding broodmaaltijd/warme maaltijd, licht poetswerk in huis, kamers opruimen, huishoudelijk werk zoals stofzuigen, wc/badkamer schoonmaken en verzorging kleding/linnengoed.
- Organisatie van het huishouden (HH2): Naast de huishoudelijke werkzaamheden bestaat deze categorie uit de opvang en/of verzorging van de kinderen /volwassen huisgenoten (anderen helpen met zelfverzorging), anderen helpen bij het bereiden van maaltijden en dagelijkse organisatie van het huishouden).
- Hulp bij ontregelde huishouding (HH3): Er is in bepaalde situaties naast de hiervoor genoemde HH1 en HH2 ook psychosociale begeleiding, tevens observeren en advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden noodzakelijk.
Gemeenten moeten als gevolg van een rechterlijke uitspraak een exact aantal uren indiceren in plaats van een klasse. Op uw nieuwe indicatie treft u dus het exacte aantal uren huishoudelijke hulp aan waarop u recht heeft en het soort huishoudelijke hulp waarop u bent aangewezen (HH1, HH2 of HH3).
Woonvoorzieningen
Ondervindt u in uw huis beperkingen door uw lichamelijke beperking of door een chronisch psychisch of psychosociaal probleem? Dan kunt u de gemeente vragen bepaalde aanpassingen te vergoeden. Bijvoorbeeld kleine aanpassingen als een verhoging van het aanrechtblad of een verhoogd toilet. Maar er kunnen ook ingrijpende aanpassingen nodig zijn. Bijvoorbeeld een aanbouw aan de woning of een volledig aangepaste keuken. Wanneer verhuizing naar een aangepaste of makkelijk aan te passen woning mogelijk is, zal de gemeente u hiervoor een verhuiskostenvergoeding kunnen geven.
Let op: Overweegt u te gaan verhuizen en wilt u voor aanpassingen in uw nieuwe woning ook een beroep doen op de Wmo, neem dan tijdig contact op met de gemeente. Er moet namelijk onderzocht worden of de woning die u op het oog heeft wel de meest geschikte, beschikbare woning voor u is op dat moment met het oog op de benodigde aanpassingen. Is dit niet het geval, dan kan de gemeente u om die reden een vergoeding voor woningaanpassingen vanuit de Wmo weigeren. Het is dus zaak om in een vroeg stadium contact op te nemen met de gemeente voor overleg.
Vervoersvoorzieningen
Kunt u door uw beperkingen niet langer gebruik maken van het openbaar vervoer of van uw eigen auto? Dan kunt u een vervoersvoorziening aanvragen. Veel gemeenten hebben een collectief vervoersysteem opgezet, soms in samenwerking met taxibedrijven of openbaar vervoerbedrijven. Bij collectief vervoer moet u denken aan bijvoorbeeld een (auto)busje dat u op afroep afhaalt. Kunt u ook niet met het collectief vervoer reizen, dan kunt u individueel vervoer aanvragen. Bijvoorbeeld individueel taxivervoer of een kilometervergoeding voor de eigen auto. Ook kan uw auto aan uw handicap worden aangepast. Een combinatie van collectief en individueel vervoer is ook mogelijk.
Lees ook: Bovenregionaal vervoer
Eigen bijdrage
Een gemeente kan bepalen dat u een eigen bijdrage moet betalen voor de Wmo-voorziening die u heeft aangevraagd. Deze eigen bijdrage is echter beperkt tot een maximum en kan verder afhankelijk zijn van de samenstelling van uw gezin, uw leeftijd, uw verzamelinkomen en andere eigen bijdragen (AWBZ) die u moet betalen. Het Centraal administratiekantoor (CAK) int deze bijdrage voor de gemeenten.
Bezwaar en beroep
Bent u het niet eens met een beslissing van uw gemeente over een voorziening dan kunt u - als overleg niet helpt - een bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen bij de gemeente zelf. Krijgt u geen gelijk, dan kunt u in beroep bij de Rechtbank, sector bestuursrecht.
Gebruik ons: Stappenplan Bezwaar en beroep Wmo
Klachten
Heeft u klachten over uw gemeente? Meldt uw klacht ook bij De Ombudsman via het Klachtenportaal.

