Gemeente houdt vast aan eigen definitie verstandelijke handicap
17/08/2010
Rosan heeft een licht verstandelijke handicap en een angststoornis. Zij woont met haar ouders in een klein dorp en in september 2009 ging zij naar het eerste jaar van het praktijkonderwijs in de grote stad. Rosan kan niet zelfstandig met het openbaar vervoer, daarom deden haar ouders een aanvraag voor leerlingenvervoer bij de gemeente.
Tegen alle verwachtingen in, wees de gemeente deze aanvraag af. De gemeente beredeneert namelijk dat Rosan niet voldoet aan de definitie van iemand met een verstandelijke handicap. De ouders tekenden direct bezwaar aan tegen dit besluit. De gemeente schakelde een arts in voor medisch advies en zowel deze arts als de bezwarencommissie kwamen tot de conclusie dat Rosan in aanmerking dient te komen voor het leerlingenvervoer. Maar de gemeente hield voet bij stuk, negeerde deze adviezen en ook de beslissing op bezwaar was negatief.
Zorgvuldig besluit
De ouders van Rosan schakelden De Ombudsman in om hen te ondersteunen bij verdere juridische stappen. Ook De Ombudsman was van mening dat de gemeente een volstrekt onjuiste beslissing had genomen en ging namens de ouders in beroep. De Ombudsman toonde voor de rechter aan dat de gemeente haar besluit uitsluitend had gebaseerd op een beperkte definitie van een verstandelijke handicap, namelijk een IQ van 75 of minder. Rosan heeft een IQ dat hier net boven ligt, maar voor een zorgvuldig besluit moet de gemeente veel meer aspecten afwegen. Aan het feit dat Rosan ook angststoornissen heeft, is de gemeente volledig voorbij gegaan.
De rechter stelt de ouders van Rosan begin augustus 2010 in het gelijk en geeft de gemeente opdracht om een nieuw besluit te nemen. Hopelijk heeft de gemeente haar les geleerd en voldoet zij nu aan haar wettelijke zorgplicht om voor het komende schooljaar een passende voorziening voor Rosan te treffen.

