Leerplicht en kwalificatieplicht
Laatst bijgewerkt op: 07-5-2012Kinderen in Nederland mogen niet alleen, maar moeten volgens de Leerplichtwet ook naar school. Dit geldt voor kinderen tussen de vijf en achttien jaar, tot zij een startkwalificatie gehaald hebben.
Leerplichtwet
Alle kinderen in Nederland mogen naar school. Want kinderen hebben recht op onderwijs. Dit staat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in internationale verdragen. Voor kinderen staat hun recht apart vermeld in het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Onze eigen Grondwet bepaalt dat onderwijs veel aandacht van de regering moet krijgen. Ook kinderen die illegaal in Nederland zijn hebben recht op onderwijs en mogen hier naar school.
In Nederland zijn kinderen van hun vijf tot en met zestien jaar volledig leerplichtig. Daarna volgt tot achttien jaar de kwalificatieplicht. In de Leerplichtwet staat dat een kind uiterlijk op de 1ste dag van de maand nadat het 5 jaar oud geworden is, naar school moet gaan. De meeste kinderen gaan echter al op 4-jarige leeftijd naar school. Als ouders, voogd of als degene die voor het kind zorgt, moet u ervoor zorgen dat uw kind op een school staat ingeschreven. Maar inschrijven is niet genoeg, u moet ook kunnen aantonen dat uw kind echt naar school toe gaat.
Kwalificatieplicht
Per 1 augustus 2007 is de kwalificatieplicht als nieuw onderdeel van de leerplichtwet ingevoerd. Dit betekent dat aanvullend op de leerplicht, niemand voor zijn achttiende mag stoppen met school, tenzij hij een startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie betekent minstens een havo, vwo- of mbo2- diploma. Dit is één van de overheidsmaatregelen om schooluitval van jongeren tegen te gaan. Het is mogelijk om met een combinatie van leren en werken aan de kwalificatieplicht te voldoen. Een voorbeeld daarvan is de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo. Het is dus niet verplicht om vijf dagen per week in de schoolbanken door te brengen.
Vervangende leerplicht
Jongeren van 14 jaar en ouder mogen bij uitzondering onderwijs combineren met werken. Dit heet 'vervangende leerplicht'. Als dit een goede oplossing zou zijn voor uw kind, kunt u dit schriftelijk vragen aan de leerplichtambtenaar in uw gemeente. Voorwaarde is dat de school van uw kind het met u eens is. Uw verzoek wordt alleen toegekend als duidelijk is dat uw kind niet in staat is om iedere dag onderwijs te volgen. Een verklaring van uw huisarts, psycholoog of een andere hulpverlener kan daarbij nodig zijn.
Vrijstelling van de leerplicht
Als een kind te ziek is om naar school te gaan kan de leerplicht worden stopgezet. Dat kan als een leerling 'op lichamelijke of psychische gronden langdurig niet naar school kan'. Bijvoorbeeld als een kind met een ernstige ziekte in het ziekenhuis ligt. Dit verzoek moet schriftelijk bij de leerplichtambtenaar worden ingediend. Hiervoor is een recente verklaring van een arts nodig.
Let op:
- De artsenverklaring moet u krijgen van een andere arts dan de huisarts van uw kind.
- De leerplichtambtenaar moet altijd naar de mening vragen van de leerling. Uiteraard worden degene die het verzoek hebben ingediend (ouders) en het schoolhoofd ook gehoord.
Vrijstelling van de leerplicht kan ook worden toegekend wanneer ouders bezwaar hebben tegen de levensbeschouwelijke richting van alle scholen die binnen redelijke afstand van de woning liggen, of voor kinderen van kermisexploitanten en circusmedewerkers met een trekkend bestaan wanneer er geen school voor trekkende bevolking in de buurt is.
Vrijstelling kwalificatieplicht
Er zijn uitzonderingen mogelijk voor:
- jongeren in het praktijkonderwijs
- zeer moeilijk lerende kinderen
- meervoudig gehandicapte kinderen
Zij kunnen vrijgesteld worden van de kwalificatieplicht als het bemachtigen van een startkwalificatie niet haalbaar is.
Niet naar school
Er kunnen allerlei oorzaken zijn waarom kinderen niet naar school willen of kunnen, zoals pesten, dyslexie, ziek zijn en gedragsproblemen. Onderwijsproblemen komen steeds vaker voor bij kinderen met een gedrags- of ontwikkelingsstoornis, zoals kinderen met een vorm van autisme.
Als uw kind thuis zit, en een indicatie heeft voor het speciaal onderwijs, dan kunt u terecht bij de Onderwijsconsulenten. Zij geven gratis advies. Ook helpen zij bij het vinden van een schoolplek voor kinderen die langdurig thuiszitten. Dit geld ook voor kinderen zonder indicatie voor het speciaal onderwijs. Ook kunt u daghulp voor niet- schoolgaande jeugd vragen via Jeugdzorg. Het doel van de daghulp is dat de leerlingen zonder school toch een eigen toekomstperspectief ontwikkelen.
Weigering
Scholen mogen leerlingen weigeren, maar zij moeten dat wel goed motiveren. Het beste is om eerst een gesprek te vragen met de schoolleiding. Levert dat niets op, schakel dan een onderwijsconsulent in. Onderwijsconsulenten zijn er om te bemiddelen tussen ouders en schoolleiding.
Let op: onderwijsconsulenten kunt u alleen inschakelen als uw kind geïndiceerd is voor speciaal onderwijs en/of langdurig thuis zit.
Sinds 1 augustus 2009 kunt u ook de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) om een oordeel vragen over kwesties rond chronische ziekte of handicap binnen het reguliere primair en voortgezet onderwijs. Voor het Middelbaar Beroepsonderwijs was dit al eerder mogelijk. De CGB is niet bevoegd te oordelen over kwesties binnen het speciaal onderwijs. Heeft u de indruk dat de school uw kind weigert omdat het een chronische ziekte of handicap heeft en bent u van mening dat de school uw kind discrimineert, dan kunt u de CGB vragen zich over de kwestie te buigen. De Commissie toetst of er bij de weigering van uw kind sprake is van een verboden onderscheid of dat de school werkelijk de zorg niet kan bieden die uw kind nodig heeft.
De Leerplichtambtenaar
Als een kind niet op school verschijnt, moet de school dat aan de leerplichtambtenaar laten weten. Leerplichtambtenaren moeten ervoor zorgen dat alle kinderen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs. En dat betekent hulp bieden zodra blijkt dat een jongere geen onderwijs meer krijgt. Maar ook bemiddelen met school en meedenken met de ouders over welke school het beste is voor hun kind.
Tegelijkertijd zijn leerplichtambtenaren een soort 'politieagent' voor spijbelaars. Ze moeten controleren of leerlingen naar school gaan. Als uw kind langer dan drie dagen achter elkaar niet op school verschijnt kunnen u en uw kind rekenen op een bericht van de leerplichtambtenaar.
Een leerplichtambtenaar moet altijd eerst luisteren naar wat er aan de hand is. Maar als u weigert uw kind op een school te laten inschrijven of als uw kind veel te vaak spijbelt, dan kan de leerplichtambtenaar een proces- verbaal naar de Officier van Justitie sturen. Leerlingen en/of ouders kunnen uiteindelijk via de rechter een boete en zelfs een taak- of gevangenisstraf krijgen.
Het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt Voortijdig Schoolverlaters (RMC)
Om te voorkomen dat jongeren van boven de 18 zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, is Nederland is ingedeeld in 39 RMC-regio's. Deze regio's zijn verantwoordelijk voor de registratie, verwijzing en herplaatsing van vroegtijdig schoolverlaters. Jongeren van 18 tot 23 jaar krijgen een traject op maat aangeboden van onderwijs eventueel in combinatie met werk zodat zij alsnog een startkwalificatie halen.
ZAT Teams
Sinds 2011 moet elke school voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs beschikken over een Zorg- en Adviesteam (ZAT). Hierin werken verschillende partijen samen om het risico op schooluitval te verkleinen. De ZAT Teams hebben als doel om problemen bij een leerling eerder op te sporen en aan te pakken. Het team zorgt zo spoedig mogelijk voor het inschakelen van de juiste hulp. De samenstelling van het team kan per regio verschillen, maar in elk geval bestaat het team uit een onderwijsprofessional, een vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg, het (school) maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, politie en een leerplichtambtenaar of RMC-functionaris.
Schorsen en Verwijderen
Een leerling kan om verschillende redenen geschorst of verwijderd worden van school:
-
Handelingsverlegen
Een schoolbestuur kan besluiten een leerling te verwijderen als ze van oordeel is dat een leerling teveel extra zorg en ondersteuning nodig heeft. Een school is dan “handelingsverlegen”, Dit betekent dat de school geen mogelijkheden meer heeft om de leerling op een passende wijze onderwijs te bieden. Meestal verwijst de school dan naar een andere school die dat wel kan, bijvoorbeeld een school binnen het speciaal onderwijs. -
Schorsen
Als een leerling zich ernstig misdraagt dan kan de school eerst schorsen. Een schorsing mag maximaal één week duren en dient bij langer dan één dag gemeld te worden bij de onderwijsinspectie. -
Verwijderen
Als uw kind officieel van school wordt gestuurd moet de school er alles aan doen om een andere school te vinden. Voor de basisschool geldt een termijn van 8 weken waarbinnen de school alle moeite moet doen om een andere geschikte school te vinden. Lukt dit binnen deze termijn niet dan mag de basisschool het kind verwijderen. In het voortgezet onderwijs ligt dit anders, dan moet de school eerst een andere school vinden voordat de leerling van school gaat.
Bezwaar en beroep
Ouders en kinderen kunnen bezwaar maken tegen een beslissing van de school om een leerling te verwijderen. Ook als de school niets op papier heeft gezet, kunt u bezwaar maken. Wijzigt de school het besluit niet na uw bezwaar dan kunt u naar de rechter. Voor openbare scholen betekent dit dat u in beroep gaat bij de rechtbank, afdeling bestuursrecht. Gaat het om een bijzondere school dan bent u aangewezen op de civiele rechter.
Gebruik ons: Stappenplan Bezwaar en beroep tegen besluit school

